Exclusief interview Harry de Jong

Exclusief interview met the Kinks

,Altijd aan het bekvechten’

Door Harry de Jong

In het kader van het Reünieconcert op 29 oktober in het Abe Lenstra stadion in Heerenveen had Harry de Jong in 2005 een exclusief interview met de oorspronkelijke leden van the Kinks. Een verhaal over de eeuwige controverse tussen Ray en Dave Davies.

Een van de invloedrijkste popgroepen uit de jaren zestig. Die titel verdienen The Kinks zeker. Want nadat ze in 1963 van start gingen als The Ravens, hebben de broers Ray (21-6-’44) en Dave (3-2-’47) Davies een duidelijk stempel op de ontwikkeling van de popmuziek gedrukt. Met name in de jaren negentig van de vorige eeuw bleken ze een belangrijke inspiratiebron voor de bands die het fenomeen Britpop ontketenden. Maar toch hebben The Kinks vooral na 1970 gestaag tegen de stroom in moeten roeien om in de wereld van de popmuziek een woordje mee te blijven spreken. Een moeizame weg die in muzikaal opzicht niettemin altijd vol interessante ontwikkelingen is geweest. Van pakkende korte popliedjes (jaren zestig) stapte de groep over op conceptalbums (jaren zeventig) en vervolgens op pretentievolle rockprojecten (jaren tachtig). Tot uiteindelijk zowel Ray als Dave zich halverwege de jaren negentig met succes op het solopad zouden wagen.

Botsende karakters

Het verhaal van The Kinks is ook het verhaal van de eeuwige controverse tussen de beide broers Davies. De botsende karakters van de filosofische Ray en de extraverte Dave leidden zelfs meermalen tot een handgemeen en zou tijdens tournees en in de studio altijd als een donkere schaduw aanwezig zijn. Buiten The Kinks trokken de broers nooit met elkaar op, daarvoor waren hun interesses te verschillend. Ray was het liefst bezig met muziek, terwijl Dave zich de geneugten van de rock and roll goed liet smaken. Die verstandhouding verslechterde toen uiteindelijk het grote succes voor The Kinks uitbleef. Ray  leed daar onder omdat hij het gevoel had dat zijn liedjes werden afgewezen door het grote publiek. Maar Dave kon er niet mee zitten en bleef het rock and roll beest uithangen.

Achteraf heeft Ray zich druk gemaakt om niets, vindt Mick Avory, die de ontwikkelingen van The Kinks vanaf de prille jaren zestig heeft meegemaakt. In 1964 drumde hij al op de eerste single Long Tall Sally, toen de groep net z’n naam van The Ravens had veranderd in The Kinks en naast Ray en Dave Davies werd gevormd door gitarist Peter Quaife. ,,The Kinks hadden dan wel hun grootste hits in de jaren zestig, maar ze zijn nooit in de categorie Golden Oldies terecht gekomen,’’ stelt  hij. ,,Er lopen vandaag de dag nog zoveel jonge muzikanten rond die zeggen beïnvloed te zijn door The Kinks dat ik het gevoel heb dat de groep nu nog actueel is.’’

Oorsprong

De oorsprong van The Kinks ligt in de Londense wijk Muswell Hill, waar Ray en Dave Davies voor het eerst samen met hun schoolkameraad Peter Quaife van zich doen spreken met het tienerbandje The Davies Brothers. De groep laat zich inspireren door skiffle-muziek en Amerikaanse rock and roll. Maar met name Ray ontwikkelt ook een liefde voor jazz en blues. ,Als kind luisterde ik veel naar de Amerikaanse radiostations die je in Engeland kon ontvangen,’’ herinnert hij zich. ,,Zo was mijn liefde voor jazz en blues al snel geboren. Mensen als Muddy Waters vond ik geweldig. Je had in Londen destijds een aardige bluesscene en daar stak ik heel wat op. Mose Allison zag ik optreden en Georgie Fame. Mijn ouders waren niet zo geïnteresseerd in muziek, maar ik had een oudere zuster die jazzplaten verzamelde en daar luisterde ik vaak naar.’’

De eerste single Long Tall Sally wordt een flop, maar met het derde plaatje is het raak: You Really Got Me haalt de eerste plaats van de Engelse hitlijsten en de grote doorbraak is een feit. Ook de opvolger All Day And All Of The Night wordt een hit. Ray Davies is er dan inmiddels ook achter dat hij kan zingen. ,,Pas toen we als The Kinks in de studio stonden, ontdekten we dat ik een geschikte zangstem had. Daarvoor had ik nog nooit in een band gezongen, ’’ bekent hij. Niet alleen Engeland, maar ook Amerika  valt voor The Kinks en de groep gaat er in 1965 voor het eerst op tournee. Om na afloop te horen te krijgen dat de muzikanten de eerste drie jaren niet terug hoeven  te komen. Avory: ,,We waren in de ban gedaan door de Amerikaanse vakbond voor muzikanten. Maar dat had niets met ons gedrag te maken, zoals nog steeds regelmatig wordt beweerd. We waren op de zwarte lijst geplaatst omdat we in Amerika voor mensen werkten die een slechte naam hadden bij de bonden en met wie we volgens hen dan ook nooit  in zee moesten gaan. Dat deden we toch, met als gevolg dat we er drie jaar lang niet meer in Amerika mochten optreden. Wisten wij veel, we waren allemaal jongens van voor in de twintig en wat kun je daar nou van verwachten?”

Koerswijziging

The Kinks zetten rond 1966 een opmerkelijke koerswijziging in doordat Ray Davies met liedjes als Dandy, Sunny Afternoon en Mr. Pleasant typisch Britse onderwerpen aansnijdt en de kneuterigheid van het alledaagse leven op de hak te neemt. ,,De nummers van The Kinks hadden tot dan toe heel Amerikaans geklonken,’’ vertelt John Dalton, die in 1969 bassist van de groep wordt. ,,Maar dat was met alle Engelse bands  zo. The Kinks waren geïnspireerd door iemand als Little Richard, terwijl The Beatles Chuck Berry naspeelden, net als The Rolling Stones. Avory: ,,Dat wij steeds Britser gingen klinken, was een natuurlijke ontwikkeling. Ray was in een stadium gekomen dat hij geen lullige liefdesliedjes meer wilde schrijven en daarom richtte hij zich helemaal op het leven van alledag in Engeland. En daarmee waren we ten opzichte van de meeste bands uit ons land toch redelijk uniek. Ik denk dat die andere jongens teveel naar Amerika keken omdat ze het daar graag wilden maken. We werden van een singles- ook steeds meer een albumgroep, want Ray kwam ineens aanzetten met allemaal van die moeilijke conceptelpees. Wij waren liever gewoon rock and roll blijven spelen, maar ja, onze mening deed niet ter zake.’’

De eerste van die ,,moeilijke conceptelpees’’ is The Village Green Preservation Society uit 1968, een jaar later gevolgd door Arthur Or The Decline And Fall Of The British Empire, een rockopera die vergeleken bij Tommy van The Who helemaal ondersneeuwt. Overigens begint de hechte Kinks-bezetting in 1969 voor het eerst scheuren te vertonen. Bassist Peter Quaife wordt vervangen door John Dalton en de groep wordt uitgebreid met toetsenman John Gosling.

Stoppen

Muzikaal lijkt Ray Davies zijn ei helemaal kwijt te kunnen, maar in z’n privé-leven gaan de zaken minder goed. In 1973 overweegt hij zelfs om met The Kinks te stoppen als zijn vrouw Rasa hem verlaat en de kinderen meeneemt. Davies komt de klap echter te boven en stort zich fanatieker dan ooit op de muze. Dat levert een aantal conceptplaten op die vooral in de Verenigde Staten blijken aan te slaan en The Kinks kunnen in het land van Uncle Sam dan ook rekenen op volgepakte arena’s. Begin jaren tachtig sluit ook Europa de groep weer in z’n hart als een live versie van het al tien jaar eerder  opgenomen Lola een hit wordt. Een hectische tijd, die van Ray Davies een vermoeide filosoof maakt. Cynisch zegt hij in die dagen: ,,Weet je wat het een man doet als hij meer dan 20 jaar meedraait in de rockbusiness? Hetzelfde als wanneer hij twintig jaar achter dezelfde machine in dezelfde fabriek heeft gestaan. Vroeger wilde ik de muziek in omdat ik anders de fabriek in had gemoeten. Daarom deed ik van alles om daar niet in terecht te komen. Nu, jaren later, realiseer ik me dat ik als succesvol muzikant alsnog in een fabriek sta: The Kinks zijn een fabriek die platen produceert. Ik kan op dit moment echt geen prachtige volzinnen zeggen over 20 jaar rock and roll. Ik heb nog niet alles gezien, ik heb nog niet genoeg meegemaakt. Er is geen begin en geen eind, ik ben gewoon onderweg. Er komen elke dag nieuwe sterren en ze verdwijnen weer, maar ik ben er nog steeds, bezig met wat ik altijd heb gedaan.’’

Speelfilm

In 1984 laat Davies zich van een andere kant zien door de korte speelfilm Return To Waterloo te regisseren. Een rolprent-in-zakformaat met een tamelijk abstracte plot, waarin Ken Colley (Star Wars) tijdens een retourtje Waterloo Station met allerlei maatschappelijke uitwassen wordt geconfronteerd. Een technisch uitstekend in elkaar geknutseld werkje, maar Davies vindt het achteraf niets bijzonders. ,,Dat was niet het echte werk,’’ zegt hij na de release. ,,Nee, als ik weer een film maak, wil ik alles zelf doen.’’

Tijdens de opnames van Return To Waterloo lopen de spanningen tussen Ray en Dave Davies weer eens extra hoog op. Maar iedereen die ooit in The Kinks heeft gespeeld, heeft de broers niet anders gekend dan dat ze als kemphanen tegenover elkaar staan. ,,Zo ver ik me kan herinneren hadden Dave en Ray altijd ruzie,’’ vertelt John Dalton. ,,Ze sloegen elkaar soms letterlijk om de oren. Ze wilden elkaar nooit iets toegeven. Voor ons was het niet altijd prettig om in zo’n sfeer van ruzie te werken. Want uiteindelijk kwam dat de muziek niet ten goede.” Avory: ,,Ze zaten elkaar al voortdurend in de haren toen ik in 1964 bij de band kwam spelen. Dat ging al terug tot hun jeugd. Maar ja, het is niet ongebruikelijk dat broers niet met elkaar kunnen opschieten. Vooral als ze allebei een groot ego hebben. Ray was de intellectueel en Dave de man van de rock and roll.”  Dalton: ,,Wij kozen nooit partij voor een van de twee. We hielden ons altijd afzijdig, maar soms konden we er niet onderuit en werden we bij hun argumenten betrokken. Maar ach, we lieten ons leven niet vergallen door die ruzies. Als Ray en Dave aan het vechten sloegen, gingen wij ergens een biertje drinken.”

Bekvechten

Avory: ,,Het kon me helemaal niets schelen wie er gelijk had als ze weer eens ruzie hadden. Je kon er toch niks aan doen, ze hadden altijd wel iets te bekvechten. En we waren ook geen echte vrienden. We gingen na een show wel eens stappen, maar dan gebeurde het nooit dat Ray en Dave beiden meegingen. Nou ja, Ray was heel af en toe wel eens van de partij, maar meestal trok hij zich terug om te schrijven of hij ging op pad met onze manager. Maar dat ontaardde echt niet in wilde feesten, waarbij hij zo dronken werd dat hij zich de kleren van het lijf trok. Nou ja, Ray kon wel eens uit de band springen, maar ik kan me niet herinneren hem ooit echt dronken te hebben gezien. Figuurlijk gesproken dronk hij de wereld in en daar schreef hij dan liedjes over. Want hij kon heel scherp observeren.”

In de eerste helft van de jaren negentig lijken zowel Amerika als Europa uitgekeken op The Kinks. De groep komt in Amerika zelfs zonder platencontract te zitten en ook in Engeland staan de ,majors’ niet trappelen om The Kinks onder hun hoede te nemen. En dus moeten ze voor de release van To The Bone hun toevlucht nemen tot een onafhankelijk maatschappijtje. Reden voor de broers Davies om het dan maar op eigen houtje te proberen. Maar eerst publiceren beiden hun autobiografie. Ray doet dat in 1995 onder de titel X-Ray in de vorm van een soort thriller en Dave komt een jaar later met Kink op de markt. Maar volgens sommige oud-Kinks heeft met name Ray het niet zo nauw genomen met de waarheid.

,,In X-Ray staan veel dingen die in onze herinnering anders waren dan Ray ze vertelt,”  vinden Avory, Dalton en Gosling. ,,Als Ray een boek over The Kinks had willen schrijven, had hij beter ons allemaal bij elkaar kunnen roepen. Dan waren we om tafel gaan zitten en hadden de zaken nog eens op een rijtje gezet. Maar dat heeft Ray niet gedaan. Hij heeft ons nergens naar gevraagd.”  Avory: ,,En dan kan zelfs iemand met een geheugen zoals hij heeft  de plank nog wel eens goed misslaan. We gingen met The Kinks in 1966 naar Spanje en volgens hem zou ik daar in de gevangenis terecht zijn gekomen. Maar daar herinner ik me niets van.”  Dalton: ,,Misschien heeft hij dat er alleen maar ingezet om het boek smeuïger te maken. Maar dan had hij ook moeten vertellen dat wij ooit eens een vliegtuig bijna hebben gekaapt. We zaten in IJsland en hadden een oponthoud van vier uren. We zopen zo’n beetje alles op wat er in het vliegtuig te vinden was. We riepen met onze dronken koppen tegen elkaar dat we het vliegtuig gingen kapen en toen ontstond er allerlei trammelant op het vliegveld.” 

Respect

Toch heeft Gosling wel respect voor het schrijftalent van Ray Davies: ,,Maar die man heeft dan ook een ontzettend goed geheugen. Het lijkt wel alsof hij zich alles kan herinneren wat er ooit in zijn leven gebeurd is. Als jij nu iets zegt, dan is hij in staat om dat dertig jaar later tegen je te gebruiken. Met zo’n geheugen kun je natuurlijk hele boeken schrijven. Daar heb ik wel respect voor. Maar dat heb ik ook voor veel zijn liedjes, daar druipt de humor af. Ze gaan vaak over zaken die hij zelf heeft meegemaakt, maar hij weet dat op een relativerende manier te brengen.”

Het boek X-Ray wordt de basis van een succesvolle solocarrière van Ray Davies. Onder de naam Storyteller gaat hij op tournee, als een soort literaire theateract die zijn levensverhaal vertelt en daarbij de oude Kinks-hits nog eens de revue laat passeren. Vervolgens brengt hij onder de naam Waterloo Sunset ook een bundel korte verhalen op de markt en verschijnt  een live-album van een van zijn soloconcerten. In dit nieuwe millennium is Ray Davies nog altijd op pad als zingende verhalenverteller en vooral in Amerika trekt hij daar volle zalen mee. Ook Dave toert op zijn beurt door Amerika met een tegen hardrock aanleunend repertoire waarin plaats is voor oud Kinks-materiaal. Hij wordt in de loop van 2003 geveld door een beroerte en trekt zich terug in Engeland waar hij langzaam herstelt. Maar kennelijk is het lot van de broers onlosmakelijk met elkaar verbonden, want ook Ray Davies komt in het ziekenhuis terecht als hij op 5 januari 2004 wordt neergeschoten bij een overval in de straten van New Orleans. In Burgundy Street beroven twee mannen hem en zijn vriendin en gaan ervandoor. Wanneer Davies de achtervolging inzet, draait een van de mannen zich om en schiet de muzikant dwars door zijn been. En zo wordt Ray Davies na 40 jaar toch nog een echte rock and roll held.

Harry de Jong